Paul Moeyes

Geen evenementen

Inhoudsopgave

Paul schrijft voorwoord in boek over Kroonprins Wilhelm

voorblad 1 20191116 1609456733Boekpresentatie Wieringen_1

BIj de boekpresentatie van het boek "Wilhelm, een omstreden eilandgast" was Paul ook uitgenodigd omdat hij in November 2019 het voorwoord geschreven had op verzoek van de schrijvers John Déhé en Paul von Wolzogen Kühr. De presentatie werd gehouden in het mooie en pittoreske Museum Jan Lont op Wieringen en werd door een groot aantal gasten bijgewoond. Er was ook een toespraak van de directeur van het Museum Huis Doorn die een pleidooi hield voor samenwerking in toekomstige projecten, waaronder een speciale tentoonstelling en onderzoek naar de rol van de Hohenzollern familie in relatie tot het nationaal socialisme in Duitsland. Lees het hele voorwoord hieronder.

 

Voorwoord

Het was me het weekje wel, die tweede week van november 1918. Ruim vier jaar lang had het neutrale Nederland zich buiten de Grote Oorlog weten te houden, maar in die tweede novemberweek leek het allemaal alsnog mis te gaan. Het revolutiespook waarde door het land. De socialistische voorman Pieter Jelles Troelstra verklaarde dat de Russische arbeidersrevolutie via Duitsland naar Nederland was overgeslagen en vroeg de regering de macht aan hem over te dragen om bloedvergieten te vermijden. En te midden van die binnenlandse onrust dienden zich in de meest letterlijke zin ook nog een tweetal buitenlandse probleemgevallen aan. In de vroege ochtend van zondag 10 november vluchtte de Duitse keizer Wilhelm II de Nederlandse grens over. Duitsland stond op het punt de oorlog te verliezen en de voormalige Oberste Kriegsherr zocht in ons land een veilig heenkomen. De volgende dag maakte de wapenstilstand een eind aan de Eerste Wereldoorlog. Nog weer een dag later, op dinsdagochtend 12 november, arriveerde ook kroonprins Wilhelm, de zoon van de keizer, in het veilige Nederland. ‘Hij zag er opgewekt uit en leek blij als een drenkeling, die juist uit het water gered is,’ berichtte de Tilburgsche Courant.[1]

De Nederlandse regering  was daarentegen absoluut niet blij met de komst van vader en zoon Hohenzollern. De keizer en de kroonprins waren vier jaar lang het mikpunt van de geallieerde propaganda geweest en waren gebrandmerkt als oorlogsmisdadigers en gewetenloze moordenaars. Nederland zou zich internationaal niet geliefd maken als ze deze volksvijanden een veilig onderdak bood. Toch werd na rijp beraad besloten dat Nederland niet kon afwijken van de volkenrechtelijke positie die tijdens de oorlogsjaren was ingenomen: oorlogsvluchtelingen werden toegelaten, zonder aanziens des persoons.

De internationale pers besteedde uitgebreid aandacht aan de kwestie. De wildste geruchten deden de ronde. In Frankrijk werd beweerd dat de keizer net als Napoleon naar het eilandje St Helena zou worden verbannen. De nationale eer was diep geschokt: ‘Dat willen wij niet. Die oneer hebben wij niet verdiend; de gevallen keizer heeft geen enkel recht om met die andere, de onze, vergeleken te worden,’ schreef een verontwaardigde Franse krant.[2] De Nederlandse regering besloot dat de ex-keizer en zijn zoon zo snel mogelijk uit de internationale belangstelling moesten verdwijnen. Op 11 november werd Wilhelm II naar het afgelegen Kasteel Amerongen gestuurd. Hij zou daar aanvankelijk als gast van graaf Bentinck en zijn gezin slechts drie dagen verblijven; uiteindelijk woonde hij er anderhalf jaar.[3]

Kroonprins Wilhelm werd ondergebracht op zijn eigen St Helena: het eiland Wieringen. Er zou voor de 36-jarige prins, die zijn leven in weelde en welstand had doorgebracht, een andere wereld opengaan: ‘Indien het in de bedoeling heeft gelegen voor verblijfplaats van de gewezen Kroonprins een van de overige wereld geheel afgesloten, ten ene male troosteloos en verloren oord uit te kiezen, heeft men in het eiland Wieringen zeker een goede keus gemaakt,’ meldde de Nieuwe Tilburgsche Courant met kennelijke instemming.[4] Voor de Nederlandse regering was het zeker de bedoeling geweest de kroonprins geen luxueuze verblijfplaats toe te wijzen. De kritische vaderlandse en buitenlandse pers moest met eigen ogen kunnen constateren dat de balling op Wieringen niet in weelde baadde. Sterker nog, de voorzieningen in de pastorie waarin hij werd ondergebracht waren zo sober, dat Wilhelm pas een gewoon bad kon nemen toen hij een badkuip van het vasteland had laten overbrengen. De kuip is prominent aanwezig in een spotprent die de Nederlandse tekenaar Johan Braakensiek in november 1918 maakte (zie bladzijde 75).

Dit fraai vormgegeven boek vertelt het verhaal van de cultuurbotsing tussen de decadente Duitse kroonprins en de sobere West-Friese vissersgemeenschap. Het geeft een beeld van de achtergrond, opvoeding en de karaktervorming van een jongeman die dacht voorbestemd te zijn ooit keizer van Duitsland te worden. Het beschrijft zijn activiteiten en ervaringen tijdens de Eerste Wereldoorlog en hoe hij die in zijn memoires herschreef. Maar vooral geeft het een treffend beeld van zijn ballingschap op Wieringen, hoe hij zijn best deed om zich bij de bevolking geliefd te maken, en hoe hij in ieder geval gedeeltelijk slaagde in die opzet. Maar dan was er zijn flamboyante levensstijl die van tijd tot tijd frontaal botste met de Nederlandse normen en waarden en zelfs in Den Haag de gemoederen in beweging bracht: ‘Dat is een fijn heer! Zelfs op Wieringen laat hij vrouwen komen. In ’t Duitsche hoofdkwartier moet ’t bij hem ook altijd een zwijnenstal geweest zijn,’ schreef de katholieke minister van Arbeid P.J.M. Aalberse in december 1918 ongetwijfeld hoofdschuddend in zijn dagboek.[5] En dan waren er Wilhelms politieke ambities, die sterk doen vermoeden dat hij  Wieringen eerder als zijn Elba dan als zijn St Helena beschouwde. Wat er van die ambities terechtkwam wordt verteld in de fascinerende slothoofdstukken.

Wilhelm – een omstreden eilandgast is een petite histoire van een misschien niet erg indrukwekkende man in een misschien niet erg aansprekende omgeving. Maar de combinatie van de kroonprins en het eiland levert een prachtig verhaal op dat in dit boek niet alleen beeldend wordt verteld, maar ook kleurrijk wordt geïllustreerd. En het doet er niet toe dat Wilhelm geen dominante monarch, groot veldheer, of begenadigd staatsman was. Zoals de auteurs dat zelf zo treffend zeggen: hij was ‘omstreden, dus boeiend.’ 

 

[1] Tilburgsche Courant, 13 november 1918.

[2] Zie De Tijd, 11 november 1918.

[3] Zie Paul Moeyes, Het kleine keizersdrama op kasteel Amerongen (Stichting Kasteel Amerongen, 2018).

[4] Nieuwe Tilburgsche Courant, 23 november 1918.

[5] J.P. de Valk & A.C.M. Kappelhof (red.), Aalberse: dagboeken 1902-1947 (Den Haag: Instituut voor Nederlandse Gechiedenis, 2006), 222.

Copyright from now until eternity Paul Moeyes

paul.moeyes@gmail.com