Paul Moeyes

Geen evenementen

Inhoudsopgave

Von Werner - Kroonprins en staf bij lijk generaal Douay

Anton von Werner (1843-1915) - Kroonprins Friedrich bij het lijk van generaal Abel Douay op de avond van 4 augustus 1870 

Op 3 augustus 1870, een dag nadat bij Saarbrücken de vijandelijkheden waren geopend,  had de Franse maarschalk Patrice MacMahon zijn 1ste Legerkorps opgesteld achter de Frans-Duitse grens, ten zuidoosten van Saarbrücken. De bevoorrading van zijn grote troepenmacht verliep echter zo moeizaam dat MacMahon besloot zijn vier divisies te splitsen en ze elk een eigen bevoorradingsgebied toe te wijzen. De 2de divisie van generaal Abel Douay (1809-1870) werd het meest vooruitgeschoven aan de grens bij het vestingstadje Wissenbourg, zo’n dertig kilometer verwijderd van de andere drie divisies. Maarschalk MacMahon ging ervan uit dat de Duitse vijand nog ver van de grens verwijderd was, maar dat bleek een kostbare misrekening.

Op de ochtend van de 4de augustus werd Douay’s divisie plotseling aangevallen door het Derde Leger van de Pruisische kroonprins Friedrich. Generaal Douay werd in de loop van de ochtend dodelijk getroffen door een granaatscherf en zijn troepen bliezen rond het middaguur een overhaaste aftocht, met achterlating van het stoffelijk overschot van hun bevelhebber.

Die avond bezochten kroonprins Friedrich en zijn staf de boerderij waar het stoffelijk overschot van generaal Douay was achtergebleven. De Duitse kunstenaar Anton von Werder maakte dit in 1888 tot onderwerp van een schilderij.

Generaal Douay ligt provisorisch opgebaard op een matras met een omgekeerde stoel aan het hoofdeinde. Een inderhaast gevlochten bladerkrans rust op zijn borst, de overgebleven bladeren zijn op de vloer neergegooid. Het hondje van de generaal is zijn baasje trouw gebleven – in schril contrast met zijn soldaten.

Ook de lijfarts van de generaal heeft hem niet in de staak gelaten. Hij staat in rode broek half met zijn rug naar de toeschouwer gewend en kijkt naar het lijk van zijn meester. Op de tafel staan de resten van een niet beëindigde maaltijd, wellicht het laatste ontbijt van de generaal.

Kroonprins Friedrich staat centraal geposteerd. Hij kijkt neer op het lichaam van de verslagen generaal, zijn handen liggen gekruist op het gevest van zijn zwaard, dat in de rouwstand staat, met het lemmet naar beneden gericht. Achter hem staan vijf stafofficieren: kolonel von Gottberg,  majoor Mischke,  majoor von Winterfeldt (die zich voorover moet buigen omdat de kroonprins hem het zicht belemmert), de korte, gebogen gestalte van generaal Leopold von Blumenthal, de chef-staf van de kroonprins,  en kapitein graaf August zu Eulenburg, Friedrichs persoonlijke adjudant. Von Werner schilderde de stafofficieren naar hun leeftijd in 1888, zodat ze allen bijna twintig jaar ouder zijn dan ze toentertijd waren. Majoor Mischke was maar twee jaar ouder dan de Kroonprins, maar met zijn grijze haren is hij nu veel ouder dan zijn chef.

Buiten passeren Duitse soldaten. Naar de lichtblauwe uniformjas te oordelen zijn het Beierse troepen. Voor het geopende raam staat een naaimachine. Blijkbaar was men bezig geweest een Rode-Kruisvlag te fabriceren om de boerderij als veldhospitaal aan te merken. Door de overhaaste vlucht is het werk echter nooit voltooid en de vlag ligt onafgemaakt over een stoel gedrapeerd.

Het is een stemmig tafereel; alle schijn van triomfantelijkheid ontbreekt. De Duitse officieren lijken doordrongen van het feit dat generaal Douay’s lot ook hen beschoren zou kunnen zijn. Von Werner zal met opzet gekozen hebben voor deze ‘heden gij, morgen ik’-gedachte. Hij schilderde het doek in 1888, het Duitse ‘Dreikaiserjaar’: in maart was Friedrich zijn vader opgevolgd als keizer van het verenigde Duitsland, maar hij was toen al terminaal ziek. Na een keizerschap van 99 dagen overleed hij op 15 juni 1888 en werd opgevolgd door zijn zoon Wilhelm II, die het Tweede Duitse keizerrijk in november 1918 naar de afgrond zou voeren.

Copyright from now until eternity Paul Moeyes

paul.moeyes@gmail.com